Hof Arnhem-Leeuwarden: Dat in het echtscheidingsconvenant is bepaald dat één ex-partner de volledige hypotheekrente voldoet, betekent nog niet dat die partner de rente volledig kan aftrekken. Beslissend is de (economische) eigendom van de eigen woning.
Een in gemeenschap van goederen gehuwd echtpaar was op 4 juni 2014 officieel gescheiden. De ex-echtgenote verliet de gemeenschappelijke eigen woning op 27 maart 2014, de nieuwe partner van de man schreef zich op 12 augustus 2015 op het adres in. In het echtscheidingsconvenant van 13 mei 2014 was opgenomen dat de huwelijksgemeenschap 50150 wordt verdeeld, dat de eigen woning wordt verkocht en dat de ex-partners afzien van alimentatie. De woning was op 1 juli 2016 verkocht. In 2014 tot en met 2016 betaalde de man conform het echtscheidingsconvenant alle verschuldigde hypotheekrente. Hij trok in zijn aangiften over 2014 tot en met 2016 alle betaalde hypotheekrente af en claimde voor 2015 en 2016 ook een aftrek voor betaalde alimentatie. Zowel de renteaftrek als de afgetrokken alimentatie werden gecorrigeerd door middel van (navorderings- )aanslagen. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur de aftrek terecht heeft beperkt tot de helft van de hypotheekrente. De ex-partners waren vanaf de scheidingsdatum tot de verkoop van de woning beide voor de onverdeelde helft eigenaar. Op grond van het echtscheidingsconvenant had de man maar voor de helft een belang bij enige waardeverandering. De eigenwoningregeling, en daarmee ook de renteaftrek, geldt daarom alleen voor zijn helft van de eigen woning. Als de ex-partners voor 2014 fiscaal partners waren, was volledige aftrek wel mogelijk geweest in dat jaar, maar zij hadden hier niet voor gekozen. De rente was ook niet deels als een onderhoudsverplichting aftrekbaar, omdat alimentatie expliciet was uitgesloten in het echtscheidingsconvenant.
Bronnen: Hof Arnhem-Leeuwarden, 6juni 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:4794 en 4793
