De invoering van het keuzerecht bedrag ineens (wetsvoorstel 36154) is opnieuw uitgesteld. Volgens minister Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ligt de nieuwe, vroegste ingangsdatum nu op 1 juli 2026.
Minister Van Hijum heeft de Tweede en Eerste Kamer geïnformeerd dat pensioenuitvoerders meer tijd nodig hebben om de wet in hun systemen door te voeren. Zo stellen zij dat pas na parlementaire instemming een implementatieperiode van minimaal negen maanden nodig is. Daarnaast ontvangen deelnemers doorgaans 6 tot 9 maanden voor de pensioeningangsdatum informatie over hun keuzemogelijkheden. Het kabinet vindt een zorgvuldige invoering van het keuzerecht van root belang, onder meer vanwege de financiële impact die de keuze voor een bedrag ineens kan hebben. De uitgestelde inwerkingtreding kost de overheid naar verwachting 13 miljoen euro in zowel 2025 als 2026, omdat mensen die nu gebruik zouden maken van het bedrag ineens dit later gaan doen. Deze derving moet budgettair worden ingepast binnen het inkomstenkader, aldus de minister. Voorts gaat de minister in op de ontwikkeling van een rekentool door het Nibud. Zon tool dient als laagdrempelige keuzehulp, waarmee gepensioneerden en bijna-gepensioneerden kunnen inschatten welke impact het opnemen van een bedrag heeft op hun netto-inkomen en eventuele toeslagen. De bedoeling is dat deze tool begin 2026 beschikbaar komt. Hoewel pensioenuitvoerders niet wettelijk verplicht zijn om ieders precieze inkomstensituatie in kaart te brengen, vindt de minister een toegankelijke rekenhulp essentieel om weloverwogen beslissingen te nemen. Tot slot komt er een centraal informatiepunt voor deelnemers die meer willen weten over het bedrag ineens. Daar zullen onder meer de vindplaats van de tool en andere belangrijke details over de wet worden verzameld, zodat pensioenkeuzes rondom het moment van pensioen in samenhang kunnen worden beoordeeld.
Bron; Ministerie SZW, 13 maart 2025, nr. 2025 – 0000040946
