Hof Arnhem-Leeuwarden: Voor de berekening rechtsherstel box 3 dient het aandeel in VvE- reserves te worden gewaardeerd als bank- en spaartegoed. Voor de leegwaarderatio moet van de kale huur worden uitgegaan.
Een echtpaar bezat diverse woningen in box 3, naast hun eigen woning. Voor de eigen woning en enkele woningen die in box 3 vallen, hadden ze een aandeel in VvE-reserves. In 2018 was de WOZ-waarde van een woning € 194.000. Voor de verhuur van die woning ontving het echtpaar € 790 per maand, bestaande uit € 650 kale huur en € 140 voor bijkomende diensten. Voor een andere woning bedroeg de ontvangen huur en vergoeding voor bijkomende diensten per maand € 825. De WOZ-waarde bedroeg € 199.000. Het echtpaar had van deze woning 90% eigendom. In geschil bij Hof Arnhem-Leeuwarden is de bepaling van de leegwaarderatio voor de twee woningen. Ook is in geschil de waardering van de VvE-reserves in het kader van het rechtsherstel box 3. Het hof oordeelt dat de ontvangen maandelijkse kale huur uitgangspunt voor het bepalen van de leegwaarderatio is. Verder is het hof van oordeel dat onvoldoende rechtsherstel wordt geboden als het fictieve rendement op het aandeel in VvE-reserves 5,38% (2018) bedraagt. Het hof bepaalt daarom dat voor de waardering van het aandeel in de VvE-reserve het forfaitair rendement van 0.12% geldt. Dat is het forfaitaire rendement voor bank- en spaarsaldi in 2018.
Bron: Hot Arnhem-Leeuwarden, 10 januari 2023, EcLI:NL:GHARL:2023:138 en ECLI:NL:GHARL:2023:139
