De Eerste Kamer heeft op 7 juli ingestemd met de Wet meer zekerheid flexwerkers. Hiermee gaat voor werkgevers een aantal veranderingen in. Voor werkgevers is het belangrijk om tijdig inzicht te krijgen in de praktische gevolgen van de nieuwe wetgeving.
Onder de Wet meer zekerheid flexwerkers blijven flexibele arbeidsrelaties mogelijk, maar deze worden wel strenger gereguleerd. Na drie tijdelijk contracten geldt een wachttijd van drie jaar, voordat opnieuw een tijdelijk contract kan worden gesloten. Deze periode is nu nog zes maanden. Nulurencontracten verdwijnen en maken plaats voor bandbreedtecontracten, waarin een minimum- en maximumaantal uren wordt vastgelegd met een maximale afwijking van 30 procent. Uitzendkrachten krijgen recht op arbeidsvoorwaarden, die minimaal gelijkwaardig zijn aan die van werknemers in vaste dienst. De aanpassing voor tijdelijke contracten beperkt de mogelijkheden om structureel werk langdurig flexibel in te vullen. Werkzaamheden zullen daardoor sneller via een vast dienstverband moeten worden georganiseerd. Het opnieuw starten met tijdelijke contracten wordt aanzienlijk lastiger door de verlengde wachttijd van drie jaar. Dit vraagt om een zorgvuldige personeelsadministratie om te voorkomen dat werknemers die binnen drie jaar terugkeren in voorkomende gevallen direct aanspraak kunnen maken op een vast contract. De meeste regels gaan in per 1 januari 2028. Vooruitzendkrachten treden onderdelen al per 1 januari 2027 in werking.
Fiscaaltotaal Oktober 2026
