Nieuws

Meer duidelijkheid voor zzp’ers en werkgevers

De minister van Werk en Participatie heeft op 6 maart aan de Tweede Kamer een Nota van Wijziging bij het wetsvoorstel Wijziging van Boek 7 BW in verband met het verduidelijken van wanneer sprake is van werken in dienst van een ander in de zin van artikel 610 van Boek 7 BW en het invoeren van een rechtsvermoeden gestuurd.

Met deze nota van wijziging vervalt het zogenoemde verduidelijkingssdeel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Dat onderdeel moest duidelijker maken wanneer iemand als zelfstandige werkt en wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het kabinet geeft hiermee gehoor aan de verzoeken uit de politiek en de maatschappij om snel voortgang te maken met het introduceren van het rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst. Het kabinet wil zo snel mogelijk de Zelfstandigenwet daarvoor in de plaats brengen. Doordat het verduidelijkingsdeel vervalt, kan het kabinet vaart maken met het onderdeel uit de Vbar ’rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst gekoppeld aan een uurtarief (2026: 38 euro)’. Dit rechtsvermoeden maakt het voor werkende aan de basis van de arbeidsmarkt makkelijker om een arbeidsovereenkomst op te eisen bij de weergevende en indien nodig bij de rechter. Daarnaast zorgt het rechtsvermoeden voor een preventief effect doordat bij werken tegen een tarief onder het toepasselijke uurtarief beter dan nu beoordeeld wordt of de klus door een zelfstandige gedaan kan worden, of dat er sprake moet zijn van een arbeidsovereenkomst. Als zzp’ers een beriep doen op het rechtsvermoeden moeten opdrachtgevers aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Kunnen zij dat niet, dan is er sprake van schijnzelfstandigheid en heeft een zzp’er ook recht op de bescherming die hoort bij iemand in loondienst. Hiermee wordt volgens het kabinet een belangrijke eerste stap gezet in de aanpas van (al dan niet gedwongen schijnzelfstandigheid)

Bron: FiscaalTotaal

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Email