In een recente uitspraak heeft de Hoge Raad vastgesteld dat chauffeurs van Uber onder de cao Taxivervoer vallen. Hierdoor worden zij beschouwd als werknemers, met bijbehorende arbeidsrechten en plichten voor zowel chauffeur als platform.
FNV startte een procedure om te toetsen of Uber chauffeurs dezelfde arbeidsvoorwaarden moeten krijgen als andere taxichauffeurs. De Hoge Raad bevestigt dat alle omstandigheden bepalend zijn voor de kwalificatie als arbeidsovereenkomst, waaronder gezag, beloning en ondernemerschap. Omdat Uber de tarieven via een algoritme toewijst en chauffeurs grotendeels afhankelijk zijn van platformregels, bestaat er een gezagsverhouding die voldoet aan de kenmerken van een arbeidsovereenkomst. Ook het feit dat chauffeurs niet vrijelijk hun onderneming kunnen profileren, weegt mee. Toch wijst de uitspraak erop dat bepaalde chauffeurs zich zo kunnen opstellen dat zij buiten de cao vallen. De bewijslast daarvoor is echter hoog. In de meeste gevallen is de inbedding bij Uber dusdanig dat chauffeurs dan aanspraak kunnen maken op cao-bepalingen, zoals loonschalen en vakantietoeslag. De Hoge Raad benadrukt dat FNV op grond van de Wet AVV ook namens chauffeurs kan optreden die zelf niet in de procedure betrokken zijn. Dit betekent dat Uber voor alle perioden waarin de cao algemeen verbindend is verklaard, verplicht is deze toe te passen. De chauffeurs verkrijgen meer zekerheid en sociale bescherming. Deze ontwikkeling is een mijlpaal in de platformeconomie, waarin zelfstandigheid en flexibiliteit vaak centraal staan. Werkgevers moeten rekening houden met de feitelijke uitvoering van arbeid: als werkers niet daadwerkelijk als ondernemers opereren, kan een rechter concluderen dat er een arbeidsovereenkomst bestaat. Daardoor gelden dwingendrechtelijke arbeidsvoorwaarden en beschermingsregels. Onder experts wordt verwacht dat deze uitspraak ook andere platforms zal raken, zeker waar chauffeurs of bezorgers weinig vrijheid hebben. De balans kan naar werknemerschap doorstaan.
Bron: Hoge Raad, 21 februari 2025. ECLI:NL:HR:2025:319
