Admarcon
Cafetafel bij een beregend raam met een krant, koffie en een lime paraplu aan de tafelrand

Home Nieuws Oplichting via nep-belastingtelefoontje niet direct aftrekbaar

Oplichting via nep-belastingtelefoontje niet direct aftrekbaar

Een ondernemer die via een babbeltruc meermalen geld overmaakt voor een verzonnen btw-schuld, kan dit bedrag niet zomaar als kosten aftrekken. De Kennisgroep winstbepaling stelt dat er in feite een vordering op de oplichter ontstaat. Die vordering kan wel worden afgewaardeerd als die onvolwaardig blijkt.

Een recent standpunt van de Kennisgroep winstbepaling behandelt de situatie waarin een ondernemer slachtoffer wordt van een telefonische babbeltruc: zogenaamd een medewerker van de Belastingdienst die ‘dringend’ btw-schulden wil innen onder dreiging van beslag. De ondernemer maakt dan meerdere betalingen, zonder te beseffen dat er in werkelijkheid geen belastingschuld is, maar een oplichter aan de andere kant van de lijn. De vraag is of deze betalingen aftrekbaar zijn van de winst. De Kennisgroep verklaart dat deze vermeende btw-betalingen niet als ondernemingskosten aftrekbaar zijn. Een echte omzetbelastingschuld behoort weliswaar tot het ondernemingsvermogen, maar de aflossing daarvan is normaliter niet aftrekbaar. Bij een niet-bestaande schuld is de logica dezelfde: de uitgave zelf verlaagt niet direct de fiscale winst. Door het overmaken van de bedragen ontstaat echter een vordering op de oplichter. Die vordering behoort tot het ondernemingsvermogen en kan in de jaarrekening worden opgenomen. Belangrijk is daarbij de waardering van deze vordering: als de ondernemer op balansdatum, na grondig onderzoek, tot de conclusie komt dat die onvolwaardig is, mag de vordering worden afgewaardeerd ten laste van de winst. Dit volgt uit vaste rechtspraak (onder meer HR 14 januari 1953). De ‘afwaardering wegens onvolwaardigheid is een gebruikelijk instrument in de fiscale winstbepaling om verliezen uit oninbare posten te erkennen. Heeft de oplichter de ondernemer meerdere keren laten betalen, dan ontstaan meerdere vorderingen. Die elke afzonderlijk getoetst en eventueel afgewaardeerd kunnen worden.

Bron: Belastingdienst, 21 februari 2025, KG:213:2025:1