Hof Den Bosch: Indien inkoopfacturen nog niet betaald zijn, maar de voorbelasting reeds wel in aftrek is gebracht, dient deze voorbelasting terugbetaald te worden zodra duidelijk is dat de facturen niet binnen 1 jaar na opeisbaarheid zullen worden betaald.
Een bv die zich bezighield met handelsbemiddeling in brandstoffen, ertsen, metalen en chemische producten, nam managementdiensten van C bv af. De dga van C bv was tevens bestuurder van de bv en van de stichting die alle aandelen in de bv hield. C bv reikte in 2014 tot en met maart 2017 elke maand een inkoopfactuur uit met omzetbelasting.De bv betaalde de inkoopfacturen nog niet, maar trok wel de voorbelasting af. De inspecteur meende dat de bv de inkoopfacturen nooit zou gaan betalen en hief daarom de in aftrek gebrachte voorbelasting na. De bv was het daarmee oneens en ging in beroep. In geschil is of de bv de in aftrek gebrachte voorbelasting als belasting verschuldigd is. Daarvoor is vereist dat 1 jaar na opeisbaar worden van de verschuldigde vergoeding duidelijk is dat deze niet meer zal worden betaald. Dit moet op basis van feiten en omstandigheden worden vastgesteld. Het betoog dat C bv een informele kapitaalstorting in de bv zou hebben gedaan en het hoogst onzeker was dat de inkoopfacturen betaald zouden worden. Daarbij was van belang dat een potentieel winstgevend project pas op lange termijn winst zou genereren en na 1 jaar na opeisbaarheid nog steeds niet was opgestart. Daarmee was voldoende aannemelijk dat objectief bezien niet viel te verwachten dat de bv de inkoopfacturen binnen 1 jaar na opeisbaarheid zou gaan betalen.
Bron: Hof Den Bosch, 25 januari 2022. ECLI:NL:GHSHE:2022:489
