Admarcon
Cafetafel bij een beregend raam met een krant, koffie en een lime paraplu aan de tafelrand

Home Nieuws Niet-gerealiseerde vermogenswinst in box 3 belast

Niet-gerealiseerde vermogenswinst in box 3 belast

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat niet-gerealiseerde vermogenswinsten in box 3 meetellen bij de vermogensrendementsheffing. Op basis van WOZ-waarden wordt het indirecte rendement vastgesteld. Deze uitspraak volgt op een verwijzing door de Hoge Raad en bevestigt de belastingplicht over waardestijgingen, ongeacht realisatie.

Op 7 januari 2025 bevestigde Hof Arnhem-Leeuwarden dat niet-gerealiseerde vermogenswinsten meetellen in box 3. De uitspraak betrof een belastingplichtige met een woning in Nederland die niet werd verhuurd. Het Hof volgde een eerder arrest van de Hoge Raad, waarin werd gesteld dat zowel gerealiseerd als ongerealiseerd rendement deel uitmaakt van het werkelijke rendement. Voor de woning in kwestie werden de waardestijgingen berekend aan de hand van de WOZ-waarden, zoals vastgesteld door de gemeente. Het indirecte rendement wordt bepaald door het verschil tussen de waarde aan het begin en eind van het jaar. In 2017 resulteerde dit in een negatief rendement van € 7.000, terwijl het rendement in 2018 positief was met € 14.000. De inspecteur had echter voor beide jaren navorderingsaanslagen opgelegd, wat leidde tot geschillen over de hoogte van de belastingen. Het Hof oordeelde dat de navorderingsaanslag over 2017 onterecht was, gezien het negatieve rendement, maar handhaafde de aanslag over 2018 vanwege het positieve rendement. Het Hof benadrukte dat de vermogensrendementsheffing rekening houdt met de totale waardeontwikkeling, onafhankelijk van realisatie. Dit bevestigt de trend in recente jurisprudentie om vermogenswinsten breder te belasten, wat belastingplichtigen oproept alert te zijn op de waarderingen van hun activa. Deze uitspraak heeft implicaties voor belastingplichtigen met onroerend goed of andere beleggingen in box 3, vooral gezien de blijvende focus op werkelijk rendement door de Hoge Raad.

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden, 7 januari 2025. Ecu:NL:GHARL:2025:65