Hof Den Haag: Een taxatierapport dat is opgesteld om een financiering te verkrijgen, is niet per definitie beslissend voor het vaststellen van de waarde van een verkregen woning. De staatssecretaris is het hiermee niet eens, maar hij acht een cassatieberoep in deze zaak niet zinvol.
Het betrof hier twee starters die samen een woning kochten voor een koopsom die Lager was dan de getaxeerde waarde. Zij tekenden bezwaar en beroep aan tegen de geheven overdrachtsbelasting omdat de betaalde koopsom (€ 395.000) binnen de grenzen van de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting viel. Rechtbank Den Haag weigerde de vrijstelling omdat de koopsom lager zou zijn dan de waarde in het economisch verkeer (WEV), maar Hof Den Haag zag dit anders. Volgens het hof was de taxatie niet beslissend voor de waarde van de woning omdat het taxatierapport was opgesteld voor het verkrijgen van de benodigde financiering. De verkoper was weliswaar een bekende van de oom van een van de kopers, maar dat betekende nog niet dat er sprake was van een bevoordeling. Het hof stelde vast dat de verkoop onder marktconforme omstandigheden plaatsvond, ook al waren hierbij geen makelaars betrokken en was het pand niet openbaar aangeboden. De verkoopprijs was vastgesteld op basis van het advies van drie makelaars en kon daarom toch als de waarde in het economisch verkeer worden aangemerkt. De staatssecretaris van Financiën meent dat het hof te makkelijk voorbijging aan het taxatierapport, maar hij denkt dat een cassatieberoep in deze zaak niet succesvol zal zijn.
Bron: Hof Den Haag. 3 juli 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1434 en ECLI:NL:GHDHA:2024 1446 en Ministerie van Financiën, 9 augustus 2024
