Hof Den Haag: Als een auto ter beschikking stond en er geen rittenregistratie werd bijgehouden, dan staat een verbod op privégebruik niet in de weg aan een bijtelling. De opgelegde vergrijpboeten waren echter onterecht omdat de inspecteur grove schuld niet kon aantonen.
In deze zaak konden werknemers van een kinderdagverblijf gebruikmaken van bedrijfsauto’s voor het vervoer van kinderen en boodschappen. Zij verklaarden dat zij de auto’s niet privé zouden gebruiken. De auto’s werden ’s avonds op de locatie geparkeerd, waarna de sleutels in een sleutelkastje gingen. Een van de werknemers (A) was de locatiemanager en indirect aandeelhouder/bestuurder van het kinderdagverblijf. Hof Den Haag oordeelde dat er terecht een naheffing was opgelegd voor de terbeschikkingstelling van een auto aan A. van belang was dat zij als locatiemanager en indirect bestuurder zelf kon bepalen of en op welke wijze zij van de auto gebruikmaakte. Zij kon ook feitelijk over de autosleutels beschikken. De uitsluiting van privégebruik was voor de terbeschikkingstelling niet relevant, maar alleen voor het bewijs dat er minder dan 500 kilometer privé was gereden. Er was terecht een bijtelling berekend, omdat er geen rittenregistratie was bijgehouden en ook niet op een andere wijze kon worden aangetoond dat er minder dan 500 kilometer privé was gereden. De opgelegde vergrijpboeten werden vernietigd, omdat de inspecteur niet kon aantonen dat er sprake was van grove schuld. Van belang was dat de bv verschillende maatregelen had genomen om privégebruik tegen te gaan. Ook verklaarde A geloofwaardig dat zij voorzichtig was en geen misbruik wilde maken van haar positie als locatiemanager en indirect bestuurder.
Bron: Hof Den Haag, 12 augustus 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:1648