Hof Den Haag: Er was voor IB-ondernemerschap meer nodig dan alleen een inschrijving bij de KvK en het hebben van een btw-nummer. De inspecteur had de managementvergoeding die de belastingplichtige van zijn bv ontving terecht aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW)
In deze zaak hield een man samen met twee anderen alle aandelen in een holding met twee werkmaatschappijen. Hij factureerde elk jaar een managementvergoeding van € 48.000 aan de holding. De inspecteur concludeerde na een boekenonderzoek dat de vergoeding ten onrechte als winst uit onderneming was aangegeven. Hij merkte de inkomsten – uit coulance – aan als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW). Hof Den Haag bevestigde dat er geen sprake was van een onderneming zoals bedoeld in artikel 3.2 Wet IB 2001 omdat er niet aan de voorwaarden was voldaan. De man toonde niet aan dat hij een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid had waarmee hij zelfstandig aan het economisch verkeer deelnam. Voor IB-ondernemerschap was niet voldoende dat hij was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, voor de btw wél een ondernemer was een (beperkte) ondernemingsbalans bijhield. De inspecteur had terecht de zelfstandigenaftrek geweigerd en zijn inkomsten als resultaat uit overige werkzaamheden aangemerkt. Een beroep op gewekt vertrouwen faalde omdat uit het desbetreffende controlerapport juist bleek dat de inspecteur voor eerdere jaren correcties in de inkomstenbelasting zou gaan doorvoeren. De man kon zijn stelling dat de Belastingdienst Groningen een toezegging had gedaan over IB-ondernemerschap niet met stukken onderbouwen. Hij kon zich ook niet beroepen op het gelijkheidsbeginsel omdat een gunstigere behandeling van vergelijkbare gevallen niet kon worden onderbouwd.
Bron: Hof Den Haag, 16 oktober 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2156