Nieuws

Einde renteaftrek nadert voor oude aflossingsvrije hypotheken

Hoewel het exacte aantal hypotheken dat specifiek vóór 2001 is afgesloten niet precies bekend is, is duidelijk dat een aanzienlijk deel van de huidige drie miljoen aflossingsvrije hypotheken rond 2035 afloopt. Er is dus een grote ‘oude’portefeuille uit die periode. De eerste groep die met fiscale en financieringsproblemen te maken krijgt, is de groep die voor 2001 een aflossingsvrije hypotheek heeft aggesloten. De rente is immers vanaf 2031 niet meer aftrekbaar.

Het overgangsrecht (artikel 10bis.1 eerste lid WET IB 2001) bepaalt dat de bepalingen ter zake van de eigen woning, zoals die golden op 31 december 2012, blijven gelden voor de belastingplichtige die op die datum een eigenwoningschuld had. Maar wel ten hoogste tot het bedrag van de tot de eigenwoningschuld behorende schulden op 31 december 2012 en uitsluitend gedurende de resterende looptijd van de dertigjaarstermijn voor renteaftrek van die schulden. Dat betekent dat de renteaftrek van eigenwoningschulden, die op 1 januari 2001 bestonden, per 1 januari 2031 verdwijnt. Dit geldt ook voor ‘eigenwoningschulden ’van voor 2001 (hoofdstuk 2, art I, onderdeel AKac, tweede lid, invoeringswet IB 2001). 2031 lijkt nog ver, maar het is al over ruim vier jaar. Dat maakt het noodzakelijk met de klant te overleggen wat wenselijk en mogelijk is. Aflossen of de schuld op 1 januari 2031 laten voergaan naar box 3. De rente is dan uiteraard niet meer aftrekbaar.

Eigenwoningforfait

De eigenwoning blijft in box 1. Dat betekent ook dat het eigenwoningforfait blijft bestaan. Zoals de wetgeving nu is, geldt de Hillenaftrek nog tot en met 2041 (artikel 3.123a tweede lid Wet IB 2001). Voor 2031 geldt dan een aftrek van 47 procent van het eigenwoningforfait. Dat percentage wordt jaarlijks met 4,8 procent afgebouwd. Uit verschillende krantenberichten blijkt dat de banken steeds minder aflossingsvrije leningen willen afsluiten. Vaak aar tot 30 procent van de waarde van de woning (RABO en ASN) en zelfs met een maximum van 150.000 euro (ABN-AMRO). Uiteraard roepen deze banken: ‘Heb je al een aflossingsvrije hypotheek en pas je niks aan? Dan verandert er niets.’ Het addertje zit in de woorden ‘niks aanpassen’. Zodra je rentevast periode verloopt, ga je iets aanpassen en daarmee val je onder de nieuwe regels.

Werk adviseur

Voor zover nodig moeten klanten zo snel mogelijk worden bijgepraat over de naderende aftrekbeperking. Misschien willen ze aflossen, mogelijk ook niet; zeker in situaties dat gespaard geld als buffer aanwezig is of dat er deels van moet worden geleefd. In combinatie met een niet te hoge rente kan dat financieel haalbaar zijn. Gevaar blijft wel dat er een renteverhoging of een gedeelte aflossingsverplichting dregt bij het einde van de rentevaste periode. Het is dus goed om alle ins en outs met de klant te bespreken. Er is nog ruim vier jaar om hierop voor te sorteren.

AFM, Financiële kwetsbaarheid van huishoudens met een aflossingsvrije hypotheek (2021)

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Email