Nieuws

Gebruikelijk loon omlaag wegens continuïteitsrisico-onderneming

Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat het gebruikelijk loon van een dga verlaagd mocht worden vanwege de slechte financiële situatie van zijn onderneming. De Belastingdienst had het loon vastgesteld op €25.000, maar de rechtbank corrigeerde dit naar €7.500. Een hogere uitbetaling zou de onderneming onmiddellijk doen omvallen.

Een bv die sloopgoud inkocht en een juwelierszaak exploiteerde, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag loonheffingen. De inspecteur had het gebruikelijk loon van de dga vastgesteld op €48.000, later verlaagde hij dit naar € 25.000. De bv stelde dat deze bedragen onrealistisch waren gezien de financiële situatie van de onderneming en ging in beroep. De rechtbank overwoog dat artikel 12a Wet op de loonbelasting 1964 vereist dat dga’s een gebruikelijk loon ontvangen, tenzij zij aannemelijk kunnen maken dat een lager loon zakelijk is. Uit de financiële cijfers bleek dat de bv in 2022 een verlies van € 5.664 had geleden en in 2023 zelfs een verlies van € 23.433. De rechtbank oordeelde dat een loonuitbetaling van €25.000 direct zou leiden tot discontinuïteit, omdat hiervoor alle liquide middelen, voorraden en bedrijfsmiddelen moesten worden aangesproken. De rechtbank stelde het gebruikelijk loon in goede justitie vast op € 7.500. Dit bedrag was voldoende om enige heffing te waarborgen zonder de onderneming in gevaar te brengen. Dit arrest onderstreept dat de Belastingdienst bij verlieslatende ondernemingen rekening moet houden met het voortbestaan van de onderneming bij het vaststellen van het gebruikelijk loon.

Bron: Rechtbank Den Haag, 11 december 2024. ECLI:NL:RBDHA:2024:21120

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Email