Hof Amsterdam: Indien in een samenlevingsovereenkomst geen concrete regeling over de bijdrage in de kosten van gemeenschappelijke huishouding is opgenomen, zijn de ongehuwde samenwoners bij gebrek aan een harde wederzijdse zorgplicht geen partners in de zin van de Successiewet. De eigenwoningschenking aan een 40+-zoon met een 40-/- vriendin was daardoor belast.
Een vrouw schonk in 2018 een bedrag van € 100.800 aan haar zoon, die ouder was dan veertig jaar. Omdat zijn vriendin jonger was dan veertig en de zoon de schenking gebruikte ten behoeve van zijn eigen woning, wilde hij de verhoogde vrijstelling voor eigenwoningschenkingen (jubelton) toepassen. In geschil was echter of zijn vriendin wel kwalificeerde als partner voor de Successiewet. De inspecteur was van mening dat geen sprake was van partnerschap, omdat in de notariële samenlevingsovereenkomst expliciet stond bepaald dat buiten de samenlevingsovereenkomst om een regeling wordt getroffen omtrent bijdragen in de kosten van gemeenschappelijke huishouding. Hof Amsterdam oordeelt dat ongehuwde partners in de Successiewet alleen als partners worden aangemerkt, indien sprake is van een notarieel samenlevingscontract met een rechtens afdwingbare wederzijdse zorgplicht. Nu de zoon en zijn vriendin hebben afgezien van een invulling van de wederzijdse zorgplicht, is geen sprake van een wederzijdse zorgplicht en kunnen zij niet als partners worden aangemerkt in de zin van de Successiewet. Nu zij geen partners zijn in de zin van de Successiewet worden zij evenmin voor de berekening van de schenkbelasting als één en dezelfde persoon aangemerkt en kan de leeftijd van de vriendin niet worden toegerekend aan de zoon. Daardoor is de eigenwoningschenkingsinstelling niet van toepassing en is de schenking aan de zoon belast.
Gerechtshof Amsterdam, 25 november 2021, ECLI:NLGHAMS:20214084
