Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat een DGA geen sluitende rittenregistratie kon overleggen voor twee zakelijk gebruikte auto’s. Hierdoor werd een bijtelling wegens privégebruik toegepast. Een beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde niet, omdat geen toezeggingen waren gedaan door de Belastingdienst.
Op januari 2025 oordeelde Rechtbank Zeeland-West-Brabant dat een DGA geen overtuigend bewijs had geleverd dat hij met twee zakelijk gebruikte auto’s minder dan 500 kilometer per jaar privé had gereden. Hierdoor werd een bijtelling wegens privégebruik toegepast. De DGA beschikte in 2018 over een Audi R8 Coupé en een Bentley Bentayga, beide beschikbaar gesteld door zijn BV. Hoewel de DGA-rittenregistraties overhandigde, werden onregelmatigheden geconstateerd. Zo bleek uit de rittenregistratie van de Bentley een afwijkende kilometerstand ten opzichte van een factuur van de garage. Daarnaast vermeldde een boete een locatie die niet strookte met de opgegeven route. Voor de Audi werden alleen de privéritten genoteerd zonder verdere onderbouwing van zakelijke ritten. De rechtbank stelde dat een sluitende rittenregistratie vereist is om een bijtelling te voorkomen. Bewijs van zakelijke ritten ontbrak en de opgegeven kilometers waren niet consistent met externe bronnen. De DGA kon hierdoor niet aantonen dat de auto’s voor minder dan 500 kilometer per jaar privé werden gebruikt. Een beroep op het vertrouwensbeginsel faalde eveneens. De DGA stelde dat de inspecteur had aangegeven de rittenregistratie globaal te zullen beoordelen, maar de rechtbank oordeelde dat er geen objectieve basis was voor deze interpretatie. De bijtelling van ruim € 129.000 bleef gehandhaafd. Deze uitspraak benadrukt het belang van een sluitende rittenregistratie en een consistente administratie om fiscale correcties te voorkomen.
Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 januari 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:114