Er geldt vanaf 1 januari 2026 ook een herzieningsregeling voor de btw-aftrek bij investeringsdiensten die betrekking hebben op een onroerende zaak. De wijziging volgt uit het Belastingplan 2025, en is beperkt tot omvangrijke diensten.
Die nieuwe herzieningsregeling ziet op grote verbouwings- en onderhoudsdiensten aan een onroerende zaak, zoals schilderwerk, isolatie of dakrenovatie. Het moet gaan om diensten met een vergoeding van € 30.000 of meer. Vanaf 2026 staat de btw-aftrek bij deze investeringsdiensten niet meer onherroepelijk vast, maar kan na het jaar van ingebruikname nog vier jaar worden gewijzigd als de omstandigheden veranderen. Ondernemers moeten gedurende deze herzieningsperiode jaarlijks bekijken of de verhouding tussen belast en vrijgestelde gebruik nog steeds hetzelfde is als in het jaar dat de investeringsdienst in gebruik is genomen. Als de verhouding is gewijzigd en het verschil groter is dan 10%, dan moet een deel van de afgetrokken btw worden herzien. Het betreft diensten die en meerjarig voordeel opleveren. Er kan worden gedacht aan diensten die een gebouw of terrein vernieuwen, vergroten, herstellen, vervangen of onderhouden. Onder de herzieningsregeling vallen ook de sloopwerkzaamheden die bij een verbouwing horen. Eerder betreft het materialen en installaties dien onderdeel worden van de dienst en daardoor geen zelfstandig object meer zijn. Voorbeelden hiervan zijn leidingen, verwarmingssystemen of machines die vast in het pand worden gemonteerd door de dienstverlener. De nieuwe regeling gaat gelden voor alle diensten die vanaf 1 januari 2026 voor de eerste keer in gebruik worden genomen. Het moment van de eerste ingebruikname van de investeringsdienst zal meestal samenvallen met het moment waarop deze dienst wordt afgerond.
Bron: Belastingdienst, 3 november 2025