Het btw-tarief voor het verstrekken logies wordt volgend jaar verhoogd van 9% naar 21%. De Commissie voor Financiën van de Eerste Kamer had enige vragen over de impactanalyse van de btw-verhoging. Staatssecretaris Heijnen gaat hierop in een Kamerbrief in.
De staatssecretaris erkent dat de btw-verhoging tot een lagere vraag naar overnachtingen en omzetverlies zal leiden, met namen in de grensregio’s en het budgetsegment. Het kabinet ziet echter geen noodzaak om de verhoging te heroverwegen of uit te stellen naar een latere datum. Fiscale regelingen moeten volgens het toetsingskader kritisch worden geëvalueerd, en het verlaagde btw-tarief wordt als niet doelmatig beschouwd. Er is in dit geval ook bewust gekozen voor afschaffing van een langdurig fiscaal voordeel. Het kabinet ziet in het huidige klimaat geen reden voor het extra ondersteunen van de sector en is van mening dat het verlaagde btw-tarief tegenwoordig weinig zin meer heeft. Het kabinet is niet bereid om ondernemers in grensgebieden te ondersteunen om het geven van een dergelijke specifieke steun strijdig zou zijn met het beginsel van fiscale neutraliteit. De btw-wetgeving bepaalt dat hetzelfde product in heel Nederland gelijk moet worden belast. Regionale uitzonderingen zij niet toegestaan en zouden mogelijk leiden tot verdringingseffecten. De staatssecretaris bevestigt dat de maatregel vooral kleinere logiesverstrekkers zal treffen omdat zij minder schaalvoordelen hebben. Het kabinet is echter van mening dat het verlaagde btw-tarief niet geschikt is voor het ondersteunen van mkb=ondernemers. Kleinere aanbieders kunnen beter gebruik maken van kleineondernemersregeling (KOR). Het kabinet stelt verder dat het ondernemingsklimaat afhankelijk is van meerder factoren en acht de btw-verhoging niet doorslaggevend voor de concurrentiepositie van hotels en vakantieparken.
Bron: Ministerie van Financiën, 9 oktober 2025, nr. 2025-0000467789