De Kennisgroep loonheffing algemeen geeft aan hoe het loon van de meestverdienende werknemer moet worden vastgesteld voor de toepassing van de gebruikelijkloonregeling.
Het gaat hier om twee aanmerkelijkbelanghouders, A en B, die samen een bv besturen. Zij zijn in dienst bij de bv en houden ieder 50% van de aandelen in de bv. A ontvangt een loon van € 230.000 per jaar, terwijl B ‘slechts’ €190.000 per jaar ontvangt. De arbeidsovereenkomsten van A en B verschillen alleen voor wat betreft het loon, en zijn verrichten naast het gezamenlijke bestuur van de bv geen andere activiteiten. Aangezien er geen onderzoek is gedaan naar de meest vergelijkbare dienstbetrekking, moet er voor het gebruikelijk loon van B worden uitgegaan van het loon van de meestverdienende werknemer van de bv zonder een aanmerkelijk belang ontvangt een loon van € 200.000 per jaar. Hier is de vraag of er moet worden aangesloten bij dit loon, of dat er moet worden gekeken naar het loon van de andere ab-houder, A. het gebruikelijke loon van B moet worden bepaald op het loon dat A ontvangt, dus € 230.000. Er moet alleen worden gekeken naar het hoogste loon dat wordt uitbetaald, het is niet van belang of de meestverdienende werknemer wel of geen aanmerkelijk belang heeft. B heeft wel nog een tegenbewijsmogelijkeid. Hij kan aannemelijk maken dat de hoogte van het gebruikelijk loon moet worden vastgesteld op het loon van een werknemer met de meest vergelijkbare dienstbetrekking waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt. Uit de wet volgt dat de meeste vergelijkbare dienstbetrekking niet een werknemer met een aanmerkelijk belang.
Bron: Belastingdienst, 24 juni 2025, nr. KG:2024:2025:10