De Kamer van Koophandel (KVK) stelt vast dat steeds meer starters kiezen voor het oprichten van een bv. Werken via een bv is echter geen oplossing voor de risico’s van schijnzelfstandigheid, en biedt geen bescherming tegen handhaving door de Belastingdienst.
Er wordt sinds januari 2025 weer actief gehandhaafd op schijnzelfstandigheid. Werkgevers kunnen een naheffing opgelegd krijgen als blijkt dat zij zelfstandigen inhuren voor werkzaamheden die feitelijk in loondienst zijn uitgevoerd. Hoewel er dit jaar nog geen boetes worden uitgedeeld (zachte landing), is de kans op financiële gevolgen voor opdrachtgevers reëel. Het aantal inschrijvingen van eenmanszaken is in het tweede kwartaal van 2025 met 16 procent gedaald ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Tegelijkertijd steeg het aantal nieuw opgerichte bv’s met 21 procent. Volgens de KVK kiezen veel starters voor een bv omdat zij ten onrechte denken hiermee de risico’s van schijnzelfstandigheid te kunnen vermijden. De beoordelingscriteria voor schijnzelfstandigheid zijn echter voor eenmanszaken en bv’s identiek. Het werken via een bv sluit niet uit dat er sprake kan zijn van een gezagsverhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, en daarmee mogelijk een dienstbetrekking. De KVK kan alleen advies geven en kan een inschrijving niet weigeren op basis van de gekozen rechtsvorm. Uit de cijfers van de KVK blijkt dat in het tweede kwartaal van 2025 weer meer ondernemers zijn gestopt, terwijl het aantal starters verder afnam. Tussen april en juni stopten bijna een kwart meer ondernemers dan het jaar daarvoor. Het aantal nieuwe bedrijven kwam uit op 53.799, een daling van 13 procent. Eind juni was het totale aantal bedrijven in Nederland wel nog steeds ruim 1 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar.
Bron: ANP