Rechtbank Noord-Holland: Het niet-aangeven van loon leidt tot omkering en verzwaring van de bewijslast. Het feit dat niet de vereiste aangifte is gedaan, belet niet dat de inspecteur een redelijke schatting moet doen.
Een vrouw was dga van een holding. De holding had aandelenbelangen in diverse vennootschappen die actief waren in de kledingbranche. In haar aangifte IB 2017 gaf de vrouw een verzamelinkomen van nihil aan. De inspecteur kreeg bij een derdenonderzoek de beschikking over een werkgeversverklaring d.d. januari 2017, waarin stond dat de vrouw in 2017 een bruto jaarloon inclusief auto van de zaak zou genieten van € 113.196. ook waren er drie loonstroken uit in 2017 met daarop een bruto maandloon van € 9.433. De inspecteur gebruikte de werkgeversverklaring voor het vaststellen van de definitieve aanslag. In geschil was of de inspecteur het inkomen van de vrouw correct had vastgesteld. Omdat de vereiste aangifte niet was gedaan, was terecht omkering en verzwaring van de bewijslast aan de orde. De schatting van de inspecteur van het genoten loon van € 113.196 vond de rechtbank onredelijk, omdat aannemelijk was dat de vrouw slechts drie maanden had gewerkt en de werkgeversverklaring gezien de datum van afgifte niet het daadwerkelijk genoten loon kon weergeven. De rechter stelde het loon vast op basis van driemaal het loon conform loonstroken verhoogd met verdere emolumenten.
Bron Rechtbank Noord-Holland, 27 oktober 2021. 1 ECLI:NL RBNHO 2021 12139
