Hof Amsterdam: De inspecteur heeft de aan de Zwitserse schuldeiser betaalde rente terecht in aftrek beperkt omdat er sprake was van een verbonden lichaam. Het is niet aannemelijk gemaakt dat r ten onrechte van een verbondenheid was uitgegaan.
In deze zaak claimde een bv die onroerend goed exploiteert en deelneemt in dochtervennootschappen in 2010, 2011 en 2012 een renteaftrek in verband met betalingen aan een Zwitserse schuldeiser, F AG. De inspecteur beperkte de aftrek omdat er sprake was van het betalen van een onzakelijke rente aan een verbonden lichaam zoals bedoeld in artikel 10d Wet Vpb (oud). Hij corrigeerde de renteaftrek voor die jaren met € 1.300.000, €717.456 en € 1.009.331. Ook werden de in aftrek gebrachte exploitatiekosten gecorrigeerd. De bv stelde in hoger beroep dat F AG geen verbonden lichaam was, omdat de Zwitserse autoriteiten hadden verklaard dat de economische gerechtige tot F AG in Zwitserland waren gevestigd. Hof Amsterdam concludeerde echter dat de inspecteur ervan kon uitgaan dat F AG een met de bv verbonden lichaam was voor de toepassing van de aftrekbeperking. De bv had geen inzicht verschaft in de identiteit van de aandeelhouders van F AG, maar uitsluitend verwezen naar de verklaring van de Zwitserse autoriteiten. Zij had hiermee niet her vermoeden van verbondenheid ontzenuwd. Er was meer informatie nodig over de aandeelhouders. Aangezien de bv niet voldeed aan de vaste ratio van artikel 10d, lid 4 Wet Vpb en ook niet aannemelijk had gemaakt dat de concernratio van artikel 10d, lid 5 Wet Vpb kon worden toegepast, had de inspecteur terecht de renteaftrek gecorrigeerd.
Bron: Hof Amsterdam, 30 januari 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1054
