Nieuws

Startersvrijstelling overdrachtsbelasting kent een harde grens

Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Als de woningwaarde hoger is dan de grens, dan vervalt het recht op de startersvrijstelling. Het volledige bedrag aan overdrachtsbelasting moest worden voldaan, ook al was er sprake van een kleine overschrijding van de wettelijke grens.

Het ging hier om een man die op 8 juni 2023 samen met zijn partner een woning kocht voor €517.500. De notaris deed na de levering op 2 januari 2024 namens beide kopers aangifte overdrachtsbelasting en voldeed de verschuldigde overdrachtsbelasting. Het paar tekende bezwaar aan tegen de aanslag overdrachtsbelasting ondanks dat de grens voor de startersvrijstelling voor 2024 op €510.000 was gesteld. Rechtbank zeeland-West-Brabant oordeelde dat er geen recht bestond op toepassing van de startersvrijstelling. De man betoogde tevergeefs dat hij niet zon hoog bod had uitgebracht als hij voldoende op de hoogte was geweest van de grens. Ook zijn stelling dat de Belastingdienst op haar website duidelijker had moeten zijn over de gehanteerde grens, faalde. Hij kon zich niet beroepen op het rechtszekerheidsbeginsel en het feit dat de grens met slechts €7.500 werd overschreden maakt de heffing nog niet onevenredig. De wettelijke grens voor de startersvrijstelling was tijdig bekend gemaakt en kopers moesten zelf letten op overschrijding hiervan. Het was niet strijdig met het evenredigheidsbeginsel om de startersvrijstelling helemaal te weigeren bij een kleine overschrijding van de maximale woningwaarde. De wet bood geen ruimte om af te wijken van de wettelijke bepalingen en de rechtbank kon formele wetsbepalingen niet toetsen aan de algemene rechtsbeginselen. Er was in dit geval ook geen reden om af te wijken van de wettelijke regeling.

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 november 2025, ECLI:NL: RB|WB:2025:7515

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Email