Hof Amsterdam: Het verhoogde eigenwoningforfait voor woningen boven € 1,1 miljoen en de afbouw van de Hillen-regeling zijn niet in strijd met het gelijkheids- of evenredigheidsbeginsel. Er is ook geen sprake van een onder het EVRM verboden discriminatie.
In deze zaak bezat een man samen met zijn fiscale partner een eigen woning met een WOZ-waarde van ruim € 2 miljoen. Er werk zowel het verhoogde eigenwoningforfait (villataks) als de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (Hillen-aftrek) toegepast. De man stelde dat de combinatie van het verhoogde eigenwoningforfait met de afbouw van de Hillen-aftrek een onredelijke en discriminerende belastingdruk tot gevolg had. Hij beriep zich op de algemene rechtsbeginselen en het EVRM. Hof Amsterdam oordeelde dat een toetsing aan algemene rechtsbeginselen niet mogelijk was omdat het eigenwoningforfait en de afbouw van de Hillen-regeling in een wet in formele zin stonden. Er kon niet worden gezegd dat toepassing van de wettelijke regels hier tot onvoorziene gevolgen leidde. De wetgever had bewust gekozen voor een hogere forfaitaire bijtelling bij zeer dure woningen en voor geleidelijke afbouw van de Hillen-aftrek. Het maakte niet uit dat de regels voor de man relatief ongunstig uitpakten. De afbouw van de Hillen-aftrek was geen ongelijke behandeling omdat belastingplichtigen met een hoge eigenwoningschuld niet vergelijkbaar waren met iemand met een vrijwel afgeloste woning. Het hof oordeelde dat het verhoogde eigenwoningforfait paste binnen de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever. De wetgever kon bij dure woningen het beleggingsaspect zwaarder laten wegen, er kon gebruik worden gemaakt van een forfait en dit forfait was niet buitensporig.
Bron: Hof Amsterdam, 21 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2995